Novel interviewt: Cathelijne Broers

Novel interviewt wekelijks inspirerende personen die maatschappelijke waarden toevoegen met hun werk. Deze week spreken we met Cathelijne Broers, directeur van De Nieuwe Kerk en de Hermitage Amsterdam. Met deze musea wil zij mooie verhalen vertellen die verbinding kunnen brengen binnen en buiten de stad. Wij spraken Cathelijne over haar werk bij De Nieuwe Kerk, en hoe zij naar het publiek van de toekomst toe wil werken.


Door Josien Verwoerd


Wat zijn jouw verantwoordelijkheden binnen de organisatie?


Als directeur ben je natuurlijk in wezen verantwoordelijk voor alles, maar ik vind het belangrijk dat ik bij De Nieuwe Kerk deel uitmaak van een heel goed team. Als eindverantwoordelijke zorg ik dat de organisatie goed loopt, en dat ook zal blijven doen. In die zin heb ik vooral een aanjaagfunctie, om te bewerkstelligen dat er voortdurend een strategische toekomstvisie is waar naartoe wordt gewerkt.


Daarnaast ben ik als directeur het boegbeeld van de organisatie, en heb ik een verbindende functie door samenwerkingspartners aan ons te binden. De Nieuwe Kerk is een museum zonder collectie, en dus is een goed contact met mogelijke partners cruciaal. Een ander belangrijk onderdeel van mijn werk, waar veel tijd in gaat zitten, is het vinden en verbinden van sponsoren. Wij werken zonder overheidssubsidie, dus je kunt je voorstellen hoe belangrijk sponsoren voor ons zijn. In praktijk is het me opgevallen hoezeer mijn uitstraling als directeur, representatief voor het museum, meespeelt in het leggen van zulke connecties. Partners en sponsoren zullen zich eerder inzetten voor onze doelen als ze het gevoel hebben goed met de directeur te kunnen samenwerken.


Wat zijn momenteel urgente vraagstukken voor jullie?


Een groot vraagstuk is het publiek van de toekomst: wie zijn de museumbezoekers van morgen en hoe werken wij daar naartoe? Ik denk dat de Nieuwe Kerk altijd al sensitief is geweest voor dit dilemma. Als museum zonder overheidssubsidie is het belangrijk om dicht bij de bezoeker te blijven; als onze programmering niet aanslaat, hebben we een direct financieel probleem. Het blijft dus belangrijk hier bovenop te zitten, en vooral de boot niet te missen.


Een ander urgent thema, wat geldt voor heel veel musea in Nederland, is het probleem van een gelimiteerde diversiteit aan bezoekers. Als we naar een ‘publiek van de toekomst’ toewerken, hoe verhouden we ons daarin dan tot de groeiende diversiteit rondom ons? De gemiddelde museumbezoeker op dit moment is niet representatief voor de multiculturele samenleving waar we in leven, en dat wil ik veranderen. Het vergt veranderingen in de inhoud van het museum om uiteindelijk meer mensen te bereiken, en die enorme diversiteit die Amsterdam kenmerkt ook in De Nieuwe Kerk binnen te krijgen. Dat vind ik misschien nog wel het moeilijkst, want de meeste kunst die we laten zien heeft een westerse achtergrond. Hoe kunnen we hiervoor een nieuwe vertaling vinden, die ook bij de identiteit van De Nieuwe Kerk past? Dat is voor mij een grote question mark, maar ook een belangrijke ambitie.


Welke waarde hoop jij met dit werk toe te voegen aan de maatschappij?


Wij zijn gedreven omdat wij geloven dat kunst en cultuur mensen een open blik geeft. Ik ben er heilig van overtuigd dat het ervaren van kunst, of dat nou een kunstwerk uit de 16e eeuw is of van eergisteren, je openstelt voor de ander. Voor de kunstenaar, voor de stroming waar het werk uit voortkomt, voor de cultuur waar het zich tegen ageert – door deze openstelling zet een kunstwerk je altijd aan het denken. Ongeacht of je het nou ‘mooi’ of ‘lelijk’ vindt. Je stelt je open voor iets onbekends, voor iemand anders, en daarmee hoop ik dat wij mensen helpen een open blik te houden in onze diverse wereld.


Welk doel wil je de komende jaren verwezenlijkt hebben?


Die open blik is altijd onze focus. Elke tentoonstelling is het doel om ons programma bij een zo breed mogelijk publiek, op een laagdrempelige manier te vertellen met een sterk aansprekend verhaal. We werken nu bijvoorbeeld aan een grote expositie voor het najaar, over de drie wereldverbeteraars Gandhi, Mandela, en King. We gaan vernieuwend te werk voor dit programma, omdat het niet gaat om het tentoonstellen van een collectie kunstvoorwerpen, maar om het brengen van verhalen. Deze verhalen willen we in een bepaalde context, in een bepaalde ervaring meegeven aan onze bezoeker, en de weg die we hiermee zijn ingeslagen is in mijn optiek één waarmee ik verder wil met De Nieuwe Kerk. Daarbij is niet alleen de wijze waarop we het verhaal vertellen binnen het museum belangrijk, maar ook alle marketing erbuiten. Met de naam en de faam van De Nieuwe Kerk hebben we een relatief comfortabele positie als het gaat om het binnen krijgen van bezoekers, maar toch is elke tentoonstelling weer spannend. We moeten onszelf telkens opnieuw uitvinden.


Van welke changemaker kunnen we wat jou betreft nog wat opsteken?


Ik kan niet zeggen dat ik één inspirator heb waar ik dagelijks ideeën uit put, ik ben eigenlijk een heel generalistisch type. Ik raak geïnspireerd door allerlei mensen die daadwerkelijke change teweegbrengen, diegene die van een goed idee ook écht iets kunnen maken. Dat doen, dat is uiteindelijk hetgeen dat het aller moeilijkst is. Ik hou van aanpakkers die iets ingewikkelds bij de horens pakken, en dan net zo lang blijven sleuren en trekken tot het lukt.


Denk daarbij aan een Angela Merkel die zich stort op de vluchtelingenproblematiek, of een Jesse Klaver die jonge mensen weet te inspireren weer te gaan stemmen. Maar om dezelfde reden vind ik Rutte, aan de andere kant van het spectrum, ook inspirerend: het zijn mensen met een missie, die ze nastreven met een enorme gedrevenheid. Nu noem ik toevallig drie politici, maar een ander voorbeeld is Boyan Slat, een heel jonge vent die besloten heeft de plastic soep te lijf te gaan. Dat is iemand die zich niet laat afschrikken door hoe groot en ingewikkeld een probleem is, en die het bovendien niet laat bij woorden, bij een beetje roepen.


Als ik kijk naar hoe wij dingen hebben bereikt bij het museum begon dat altijd met een goed idee, en dan héél veel energie daarin steken. De mouwen opstropen, met de knieën door de klei en krassen op je ziel. En als het dan is gelukt, denkt iedereen dat het je heel makkelijk afgaat – maar aan de achterkant is dat natuurlijk niet zo. Maar dat is prima; (lacht) men hoort graag bij succes.


Vanaf deze week opende opent De Nieuwe Kerk Amsterdam World Press Photo 2017, waarmee de lange wereldtour begint van de expositie van de internationale persfotowedstrijd. Ga naar Nieuwekerk.nl voor informatie over deze en andere tentoonstellingen.


Nieuwsgierig naar hoe jij jouw publiek van de toekomst kunt bereiken? Neem contact op met Maurice.