Diversiteit in toezicht gaat verder dan aanstelling

Culturele instanties moeten een afspiegeling zijn van de maatschappij, is op het moment een veel gehoorde visie. Het belang van diversiteit in publiek, personeel, programmering en partners werd in 2009 door minister Bussemaker onderstreept met de beleidsnota Ruimte voor Cultuur. In alle lagen van de organisatie wordt gezocht naar ‘afspiegeling’ en diversiteit, zo ook in de raden van toezicht en bestuur. Onderzoek onderstreept de noodzaak van een nieuwe samenstelling en professionalisering van de toezichthouders (NVTC, 2016).


Door Maarten Bul


Culturele instituten worden sterk beïnvloed door factoren uit de omgeving waarin zij opereren. Er wordt namelijk aan vele stakeholders verantwoordelijkheid afgelegd. Bijvoorbeeld: bezoekers, personeel, collega’s, kunstenaars, donoren, fondsen en de belastingbetaler. Het is de taak van de raad om toezicht te houden op de wijze waarop het gemeenschappelijk belang zoals vastgelegd in de statuten ten opzichte van alle stakeholders wordt vertaald.


Om de verbinding met de stakeholders te versterken en factoren uit de omgeving beter te kunnen controleren is het wenselijk dat de raad een afspiegeling is van de belangrijkste stakeholders (Parker, 2007). Het is dan ook geen verrassing dat de samenstelling van een raad verandert zodra er een significante verandering plaatsvindt in de omgeving waarvan zij afhankelijk zijn (Hillman, 2000).


Voor de cultuursector zijn de redelijk recente bezuinigingen een significante verandering. De belangrijkste stakeholder: de maatschappij, via de politiek, gaf aan dat de cultuursector zijn relevantie verloren was. De sector was niet in staat de waarde van haar activiteiten voldoende evident te maken. Geen wonder dat in de jaren erna een zoektocht is ontstaan naar aansluiting met de maatschappij, veelal via een jonger en divers publiek. Zo beoordeelde het AFK dat 51% van de meerjarige aanvragen een goede visie en uitvoering hadden als het ging om een divers publiek (Novel, 2016).


Echter, er is meer nodig om het vertrouwen van een breed publiek te heroveren. Er zal sterker naar de samenstelling van het personeel en bestuur moeten worden gekeken. Op dit vlak blijkt slechts 32% van alle meerjarige aanvragen een goede visie en uitvoering te hebben (Novel, 2016). De kern van de instituten wordt daarmee nog steeds gevormd door een homogene en verouderende groep westerse, hoogopgeleide mensen. Met deze kern, die zich decennialang heeft ontwikkeld, blijft dezelfde kwaliteitseis voor de programmering gelden waardoor ook deze een homogeen beeld vormen die de diversiteit van de maatschappij niet weerspiegelt.


Commentaar op de samenstelling van raden die toezien op de instituten is dan ook niet vreemd als slechts 5% van alle raadsleden in de culturele sector jonger is dan 35 jaar en 78% van de raadsleden ontevreden blijkt over de ethnische mix (Cultuur + Ondernemen, 2016). Het is immers essentieel dat het gemeenschappelijke belang opnieuw wordt geïnterpreteerd om aansluiting met de maatschappij te hervinden. Meer inhoudelijke aansluiting betekent immers meer maatschappelijk draagvlak en heeft daarmee invloed op de begroting voor cultuur door het kabinet.


Ten tijde van de bezuinigingen, in 2010, onderzocht ik met mijn masterthesis de correlatie tussen de achtergrond van raadsleden (commercieel versus non-profit) en de financiële gezondheid van culturele instellingen. Raadsleden uit een commerciële sector bleken geen positieve invloed te hebben, terwijl raadsleden met non-profit ervaring leiden tot een hogere omzet. De potentie van de waarde uit commerciële sectoren blijft onbenut door verschillende of onuitgesproken verwachtingen. Met andere woorden, een persoon aanstellen enkel op basis van een ogenschijnlijke toegevoegde waarde door achtergrond is zinloos.


Er zijn drie soorten toegevoegde waarde die een raadslid kan bijdragen:
-work (concrete bijdrage);
-wisdom (kennis van zaken) en;
-wealth (aansluiting met stakeholders).


De kwaliteit die daarbij wordt geleverd kan worden opgevat als de mate waarin iemand voldoet aan de verwachtingen. De verwachtingen die worden gesteld aan diversiteit moeten dan ook scherp worden geformuleerd in een functieprofiel waarmee doelstelling en aanstelling bij elkaar komen.


Naast de persoonlijke karakteristieken van raadsleden en de behoeftes van het instituut, is ook de samenstelling van de raad van belang. De combinatie van de soorten waarde die de raadsleden inbrengen zijn van grote invloed op het type beslissingen die er worden genomen (Westphal & Zajac, 1997). Daarnaast is de verantwoordelijkheid die een raad zichzelf toedicht afhankelijk van externe én interne omgevingsfactoren. Zo is aangetoond dat de directie van non-profit organisaties hun macht inzetten om de raad zich meer te laten focussen op fondsenwerving dan het monitoren van het instituut (O’Regan & Oster, 2005). Het behalen van de doelstellingen is dan ook niet aan een enkel persoon, maar aan de gehele raad en de interactie met de directie.


Concluderend is diversiteit in toezicht een mogelijkheid om maatschappelijk draagvlak in de kern van het instituut te verankeren, mits deze verwachting van beide kanten wordt uitgesproken. Daarnaast zullen zowel de raad als de directie open moeten staan voor een nieuwe opvatting van het gemeenschappelijke belang en een vorm moeten vinden om de waarde van de diverse raadsleden te kapitaliseren. Het maatschappelijk georiënteerde raadslid, en de raad in totaliteit, zal op zijn beurt een onderzoekende houding moeten aannemen ten opzichte van de zorgvuldig uitgewerkte bestaande opvattingen binnen het instituut om zo gezamenlijk te komen tot de gemeenschappelijke deler.


Van gedachten wisselen? Mail ons dan op contact@novelworks.nl.


Dit artikel is geschreven naar aanleiding van het gastsprekerschap op de bijeenkomst ‘Diversiteit in Toezicht’ georganiseerd door Nederlandse Vereniging Toezicht Cultuur, Cultuur + Ondernemen en Binoq/Atana. Op 7 december 2016 zal Maarten Bul te zien zijn in het vervolg van dit programma tijdens cultuurcongress Cultuur in Beeld te Rotterdam.


Lees 10 adviezen voor een meer inclusieve Raad van Toezicht volgens Novel-partner Maurice Seleky.


Of het verslag van ons seminar over meer diversiteit in de cultuursector dat we samen gaven met Cultuurmarketing.