Sharing is caring? Niet als het aan Uber ligt

Uber

Het klonk als een mooi ideaal: de deeleconomie brengt ons een nieuwe gemeenschapszin gebaseerd op de onderlinge uitwisseling van goederen en diensten. In de praktijk bewegen steeds meer online platforms zoals Uber en Airbnb van de deeleconomie naar de 'gig economie'. Hoe nu verder?

Uber en BlablacarAirbnb en Couchsurfing; in het publieke debat zijn dit allen exemplarische voorbeelden voor de deeleconomie. En deze online platforms staan niet noodzakelijkerwijs in een goed daglicht: in verschillende kranten en tijdschriften wordt de deeleconomie als cover-up voor slechte arbeidsvoorwaarden en financiële uitbuiting ontmaskerd. 

Daarmee gaan deze nieuwsmedia voorbij aan een belangrijk punt: de deeleconomie gaat wel degelijk over delen, en daarmee verschilt het van de zogenaamde gig economie. Laatst genoemde automatiseert de handel tussen individuen, maar streeft geen gemeenschapszin na.

Een voorbeeld: Uber, de beroemde taxi-app, speelt met het idee om de menselijke bestuurder uit zijn verdienmodel te slopen. In de toekomst wil het bedrijf een vloot aan geautomatiseerde, zelfrijdende auto’s ontwikkelen, zodat de startup uiteindelijk goedkoper uit is. Past een bedrijf dat inzet op volledige automatisering nog wel binnen de deeleconomie? En is een bedrijf dat via een omweg auto’s leaset aan zzp’ers nog wel in ‘delen’ geïnteresseerd? Hoe moeten we uitmaken of Uber zijn beloften waar kan maken?

Sharingexchange

Enkele deskundigen hebben hier een antwoord op bedacht. Ze stellen dat je organisaties kunt indelen aan de hand van een ‘sharing scale’. Op deze schaal staat de linkerpool voor ‘pure sharing’ of delen zonder verwachte tegendienst. De rechterpool staat voor ‘pure exchange’: uitwisselingen gebaseerd op zuivere financiële overwegingen.

Bbc-Image-Banner

De taxi-app Blablacar leunt bijvoorbeeld sterker naar links op de schaal dan Uber. Bij Blablacar, een app waarmee je als het ware ‘betaald’ kunt liften, speelt het sociale aspect een belangrijkere rol. Met de app kun je vrije plaatsen in je auto aanbieden voor een autorit die je voor jezelf hebt ingepland, bijvoorbeeld een rit van Amsterdam naar Parijs. Blablacar-gebruikers delen zo hun auto op langere reizen, en besparen zo ook op de benzine. Doordat je van tevoren aangeeft hoe praatgraag en sociaal je wilt doen tijdens de rit, wordt je gematcht met iemand die bij je profiel past. 

Volgens de experts Koen Frenken en Juliet Schor kan je het begrip ‘deeleconomie’ nog nauwer definiëren. Ten eerste moet ondernemingen zich richten op  uitwisselingen tussen consumenten onderling in plaats van uitwisselingen tussen consumenten en bedrijven/zzp’ers. Ten tweede  moet er volgens hen sprake zijn van idle capacity oftewel het delen goederen die tijdelijk ‘overtollig’ zijn.

Blablacar past dus beter bij de principes van de deeleconomie, omdat het verdienmodel gebaseerd is op uitwisselingen tussen consumenten. Bovendien is, vergeleken met Uber, het sociale element veel sterker verankerd in het model van Blablacar. Je zult niet snel vrienden worden met je Uber-chauffeur, maar uit Blablacar-ritten zijn intussen al heel wat vriendschappen ontstaan. Tegelijkertijd is dit sociale element geen verplichting; via Blablacar kun je ook in alle rust van A naar B reizen, als je dat van tevoren aangeeft.

De claim op de deeleconomie geldt dus het sterkst voor platforms die uitwisselingen en gemeenschapszin tussen consumenten mogelijk maken. Daartegenover staan de platforms die het jargon en de beeldtaal van de deeleconomie overnemen, maar waar uiteindelijk de gemeenschapszin een minimale rol speelt. 

Met name bij de millennialgeneratie zien we een verschuiving van materialisme naar postmaterialisme, oftewel de keuze voor ervaringen en tijdelijk gebruik van goederen boven persoonlijk bezit.

Het grote geld zit vooralsnog bij de laatste groep. Hiertoe behoren ook disruptieve marktveroveraars die met veel durfkapitaal gefinancierd worden, zoals Uber en Airbnb. Deeleconomie-platforms met een sterk sociaal aspect, zoals Blablacar en Couchsurfing, spelen de tweede viool in door hun slechtere kapitaalpositie.

Maar onderschat de power of communities niet. Het community-aspect is een belangrijke motivatie voor mensen om gebruik te maken van een online platform. En met name bij de millennialgeneratie zien we een verschuiving van materialisme naar postmaterialisme, oftewel de keuze voor ervaringen en tijdelijk gebruik van goederen boven persoonlijk bezit. De verschuiving naar de deeleconomie binnen deze generatie weerspiegelt zowel een nieuwe mindset als de financiële noodzaak om slim met je spullen om te gaan. Deze jongvolwassenen hebben bovendien een goed functionerende bullshit detector, waarmee ze door een eventuele façade van community prikken.

Gemeenschapszin is dus het bindmiddel van de deeleconomie, en dat maakt de deeleconomie in zekere zin robuust. Een community kill je niet zomaar, maar een platform waarmee je verder weinig intrinsieke binding hebt laat je met alle plezier vallen. Daarom moeten de grote platforms à la Uber uitkijken hun credibiliteit niet te verspillen. Als Uber blijft hangen in rode cijfersPR-blunders en gerechtelijke rompslomp, dan wisselen zowel de chauffeurs en gebruikers van de populaire app deze met het grootste gemak in voor aartsconcurrent Lyft. En daarom alleen al is het voor elk online platform relevant een vorm van gemeenschapszin in hun verdienmodel te bouwen.


Yow1

De jonge ondernemer is metamodern

De economische crises, de klimaatcrisis, de zwaai naar autoritarisme; we lijken op een grimmig…

Robin-Cox

The YoungWise: Robin Cox

We trappen onze nieuwe rubriek 'The YoungWise' af met Robin Cox (1983), oprichter van A City…

5C

Evil prevails when good brands fail to act

Dit jaar waren reclames tijdens de superbowl buitengewoon activistisch van toon. Dit is…

Kendall-Jenner-Pepsi-Ad-1491402522

Reclamewereld: laten we alsjeblieft iets leren van de mislukte Pepsi-commercial

Een kleine maand geleden sloeg Pepsi de plank volledig mis met een commercial die de beoogde…